In april 2022 werd Alphense Rik B. door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeventien jaar voor het doden van Aldrik Frik. Ondanks de veroordeling heeft Rik B. altijd krachtig ontkend betrokken te zijn bij de dood van Frik. Hij heeft de Hoge Raad, als hoogste Nederlandse rechter in strafzaken, gevraagd zijn veroordeling te herzien.
Het advies van de advocaat-generaal, hoewel niet bindend, suggereert dat de veroordeling kan blijven staan, waardoor een herziening van de zaak door het hof wellicht niet nodig is.
De gruwelijke ontdekking vond plaats in de vroege ochtend van 3 augustus 2018, toen het levenloze lichaam van Aldrik Frik werd aangetroffen in een bedrijfspand aan de Ondernemingsweg in Alphen. Frik, met wie B. een vertaalbureau runde, was door meerdere hoofdverwondingen en verwurging om het leven gekomen.
Geplande doodslag
De rechtbank sprak B. in 2019 vrij van moord, en legde vijftien jaar cel op voor doodslag. Echter, het gerechtshof oordeelde anders en stelde dat B. handelde met voorbedachten rade, waarmee sprake zou zijn van moord. B. en zijn verdediging gingen in beroep bij de Hoge Raad.
Volgens het hof had B. de moord zorgvuldig voorbereid. Hij was eerder naar zijn werk gegaan dan gebruikelijk, gebruikte verschillende voorwerpen zoals een bijl, een onkruidwieder, en een stuk touw – allemaal afkomstig uit verschillende plekken in het gebouw. Dit wijst erop dat B. ruim de tijd had genomen om zijn plan om Frik te doden zorgvuldig uit te voeren.
B.'s verdediging maakte bezwaar tegen deze redenering en had moeite met het feit dat bepaalde deskundigen niet werden gehoord over het onderzoek naar bloedspatten op B.'s kleding. De NFI-specialisten concludeerden dat een onbekend persoon de hoofdwond niet had veroorzaakt, wat de verdediging betwistte.
Uitspraak
Het advies van de advocaat-generaal suggereert dat, ondanks enige kritiek op de duur van de cassatieprocedure, de veroordeling van Rik B. kan standhouden. De Hoge Raad zal naar verwachting uitspraak doen op 12 maart.