Dit najaar heeft in de penitentiaire inrichting in Alphen aan den Rijn een incident plaatsgevonden. Een gedetineerde stak zijn medegevangene met een zelf-gefabriceerd wapen. De rechter deed op 20 december de uitspraak.
Het incident, waarbij de Amsterdammer, C. A., een oor van een glazen kop gebruikte om zijn medegevangene in zijn arm en gezicht te steken, gebeurde op één van de luchtplaatsen van de Alphense gevangenis. Het slachtoffer was rivaal D. F., verdacht in een rechtszaak die onder meer draait om de brandstichting van het huis van A. zijn moeder. Ook stelt A. dat F. op zijn vader en zijn broertje heeft geschoten.
Volgens het Openbaar Ministerie is A. schuldig aan een poging tot moord. A. zou namelijk ook gezegd hebben hem eigenlijk in zijn nek te willen steken. F. heeft mogelijk blijvend zenuwschade opgelopen en heeft geen vertrouwen meer in het gevangeniswezen. Ook bij A. is dit het geval. Hij liet al eerder weten dat de twee niet bij elkaar in een gevangenis konden worden geplaatst.
De advocaat gaf aan dat het incident niet uit voorbedachte rade gebeurde en dat er daarom geen sprake is van poging tot moord. De rechter dacht daar echter anders over. Tijdens de uitspraak op 20 december oordeelde de rechtbank dat er sprake was van een vooropgezet plan omdat de verdachte niet één, maar twee wapens heeft gemaakt.
C. A. is door de rechter tot tien jaar cel veroordeeld.